Luister naar de origineel gesproken openbaring:
Download (Klik rechts om te downloaden)
Zoals ontvangen
op January 17, 2008
in Boulder, Colorado
Als je in de wereld leeft, moet je je realiseren dat er destructieve krachten in de wereld bestaan. Als je echt eerlijk bent en goed naar jezelf kijkt, zul je beseffen dat er zelfs destructieve krachten in jezelf aanwezig zijn. In de wereld om je heen worden deze destructieve krachten zeker zichtbaar en ze maken al sinds mensenheugenis deel uit van de menselijke ervaring.
Als je je eigen gedachten en neigingen observeert, zal het je duidelijk worden dat zich destructieve krachten in jou bevinden. Je ziet dit in je verlangen naar wraak. Je ziet dit in je verlangen om anderen te overwinnen of te overweldigen. Je ziet dit in je verlangens, hoe verborgen die ook mogen zijn, om andere mensen uit de weg te ruimen of te elimineren. Je ziet dit in je dromen.
Je ziet dit zelfs in je verlangen om de wereld te veranderen. Want hoe kun je de wereld veranderen zonder degenen te verwijderen, te elimineren of het zwijgen op te leggen die zich tegen je zouden verzetten? Dit is een fundamenteel probleem van het bestaan binnen een fysieke realiteit, van het leven in een lichaam en het strijden om grondstoffen met anderen die zich in de fysieke realiteit bevinden en die in lichamen leven.
De grote Afscheiding die het ontstaan en de uitbreiding van het universum in gang heeft gezet, is niet voortgekomen uit een kwade opzet. Het was geen vergissing. Het is niet uit het kwaad voortgekomen. Maar binnen dit gecompromitteerde bestaan wordt het kwaad onvermijdelijk.
Het is geen kracht die wordt voortgebracht door één mythologisch individu—iemand die in ongenade is gevallen en de bron en het centrum van het kwaad is geworden. Dit is zeker niet het geval als je bedenkt dat je leeft binnen een Grotere Gemeenschap van intelligent leven in het universum, waar talloze rassen zijn, zo anders dan jij, die leven in zeer verschillende omgevingen en die alle stadia van psychologische, mentale en technologische evolutie vertegenwoordigen. Het is duidelijk dat niet één individu de bron is van ieders problemen. Het is veeleer het resultaat van het leven binnen een gecompromitteerd, afgescheiden bestaan.
Daarom kun je het bestaan van het kwaad niet aan een enkel individu wijten. Het is het product van leven binnen je huidige conditie, die niet representatief is voor je bestaan in je Aloude Thuis, het bestaan waaruit je bent gekomen en waarnaar je zult terugkeren.
Je bent gekomen vanuit een werkelijkheid waar je bekend bent en er geen vragen zijn, naar een werkelijkheid waar je onbekend bent en waar alleen maar vragen zijn, en maar heel weinig echte antwoorden. Je bent gekomen vanuit een plek van totale veiligheid en verbondenheid naar een plek zonder veiligheid, waar overal Afscheiding heerst. Je bent gekomen vanuit een plek waar je in vrede leefde, naar een plek waar je moet overleven en concurreren, waar je je een weg moet banen door onzekere omstandigheden en voortdurend veranderende situaties. Het is heel anders om in de fysieke realiteit te zijn, in een lichaam te zijn.
De Engelenschare die de Schepper van al het leven vertegenwoordigt, fungeert als tussenpersoon tussen je Aloude Thuis en je huidige realiteit—lhet even binnen het fysieke bestaan, leven in het lichaam en omgaan met dit soort realiteit, die zo heel anders is dan waar je vandaan komt.
Hier lijkt God mysterieus te zijn. God lijkt niet aanwezig te zijn. God is nergens te vinden. Je leeft een bestaan waarin God helemaal niet lijkt te bestaan, tenzij je sterk gelovig bent. Hoe anders is dit dan de plek waar je vandaan komt en dat Thuis waarnaar je zult terugkeren.
En [vanuit] deze omgeving zijn je ideeën over God zo beperkt. Mensen denken dat God net als zij is—heel machtig, natuurlijk, heel wijs, natuurlijk, maar ook veroordelend, wraakzuchtig, boos en gefrustreerd, net zoals zijzelf. Ze hebben God naar hun eigen beeld geschapen.
Daarom is elk begrip van God slechts een benadering. Er bestaat geen absolute waarheid over God die voortkomt uit je huidige bestaan, omdat je huidige bestaan niet absoluut is. Het is een relatieve werkelijkheid, relatief in die zin dat ze in beweging is en verandert en dat ze een begin en een einde heeft. Maar waar je vandaan komt, verandert niet. Dat heeft geen begin en geen einde. Het is niet in beweging. Het is niet onzeker. Het is niet onvoorspelbaar.
Daarom is het belangrijk om hier te bedenken dat het bestaan van het kwaad het gevolg is van het leven binnen deze omstandigheden. Het is onvermijdelijk. Als je een wezen zijn gevoel van verbondenheid en veiligheid ontneemt en je gooit hem in een omgeving waar hij nu moet overleven en concurreren, waar hij andere organismen moet vernietigen om te overleven, waar hij voortdurend te maken heeft met onzekerheid en het risico op vernietiging en waar ontbering altijd aanwezig is en altijd een voortdurende bedreiging vormt, hoe kun je dan verwachten dat hij functioneert in een staat van absolute wijsheid en mededogen, zonder dat angst of bezorgdheid hem bij elke stap achtervolgt?
God verwacht dit niet. God verwacht niet dat iemand onder deze omstandigheden volmaakt is, want niemand zal volmaakt zijn, en God verwacht niet wat onmogelijk is. Misschien verwacht je dit wel van jezelf en van anderen, maar dat komt omdat je de werkelijkheid waarin je bent beland en waarvoor je hebt gekozen, niet begrijpt.
Daarom straft God het kwaad niet, omdat het kwaad onvermijdelijk is. Het is alsof je een kind straft omdat het kinderachtig is. Het is alsof je een dwaas straft omdat hij dwaas is. Er is geen straf voor het kwaad. Het kwaad bestendigt alleen maar iemands ellende en zorgt ervoor dat de mogelijkheid van verlossing wordt uitgesteld en verder weg komt te liggen.
Mensen hebben hier natuurlijk moeite mee, omdat ze willen dat God wraak voor hen neemt. Omdat ze niet in staat of niet bereid zijn om zelf de straf uit te voeren die volgens hen moet worden opgelegd, willen ze nu dat God het voor hen doet. Dit is wederom het gevolg van het creëren van God naar eigen beeld, een God zoals zijzelf, alleen maar machtiger, dat is alles.
De hel is een verzinsel dat mensen hebben bedacht om degenen te straffen die ze haten en niet kunnen uitstaan. Maar je leeft nu al in een soort hel, zie je, de hel van de Afscheiding. Jezelf nog dieper aan deze toestand overgeven, betekent een verdere afdaling in de hel. Jezelf nog verder afzonderen, nu alleen nog beheerst door je angstige verbeelding en je veroordeling van jezelf, anderen en de wereld, stort je nog dieper in een toestand die van nature al fundamenteel moeilijk is.
Het kwaad is dus overal om je heen. Het is een kracht. Het neemt de vorm aan van krachten in de mentale omgeving, krachten van overreding, krachten die je niet kunt zien, maar die je wel kunt voelen, en die je denken, je emoties en je gedrag beïnvloeden.
Zie je, daarom kunnen individuen, groepen en hele naties zich inzetten voor acties die fundamenteel destructief en contraproductief zijn. Een hele natie kan zich inzetten om een andere natie binnen te vallen en te vernietigen omwille van haar rijkdom en haar grondstoffen, onder het mom van nationale veiligheid of zelfbehoud. Of er kan [oorlog] worden gevoerd onder de vlag van religie, in de veronderstelling dat de andere natie goddeloos of kwaadaardig is, dat het heidenen zijn, de ongelovigen. Maar dit is allemaal slechts een excuus om de macht en de kracht van het kwaad tot uitdrukking te brengen. En hoewel het misschien wordt geleid door een paar vastberaden individuen, zal iedereen meegevoerd worden.
Hoe is dit mogelijk? Hoe kan zo’n kracht zo’n invloed hebben? Het is namelijk macht in de mentale omgeving.
Om in deze wereld te overleven, heb je hulp en steun nodig, en om die hulp en steun te krijgen, zul je veel compromissen sluiten–in je relaties met anderen, in je huwelijken, overal om je heen in al je relaties, in je relatie met de natie waarin je leeft. Je wilt haar hulp, bescherming en goedkeuring, dus je gaat erin mee, zelfs als ze iets doet dat gruwelijk is en duidelijk in strijd is met wat je het meest waardeert.
Dit is de kracht van het kwaad die in de mentale omgeving werkt en zich uitdrukt binnen een sociale context. Het kan vermomd zijn als plicht jegens je land of je familie, wat je ertoe kan brengen dingen te doen die duidelijk in strijd zijn met wat de Kennis in je aangeeft—de diepere intelligentie die de Schepper van al het leven in je heeft geplaatst. Een schending van Kennis, een schending van God, een schending van wat je weet dat juist is—je zult ze schenden om de hulp, bescherming en goedkeuring te verkrijgen die je nodig acht voor je overleving. Dit is een echte hachelijke situatie. Het is wederom een hachelijke situatie van het leven binnen dit afgescheiden bestaan.
De wereld is een prachtige plek. Ze is wonderbaarlijk. Ze is de Schepping die zich elk moment voltrekt. Ze is verandering die zich elk moment voltrekt. Als je hier afstand van kunt nemen en dit kunt ervaren—zonder te vrezen voor je eigen voortbestaan, zonder bang te zijn voor wat je zou kunnen verliezen of zou moeten opgeven—kan het werkelijk een wonderbaarlijke ervaring zijn. Maar verwar dit niet met je Aloude Thuis, vanwaar je bent gekomen en waarnaar je zult terugkeren. Er is geen vergelijking mogelijk.
Daarom moet je de wereld accepteren zoals ze is. Je kunt haar niet maken zoals je Aloude Thuis. Zelfs God kan haar niet maken zoals je Aloude Thuis, want God heeft haar gemaakt om iets anders te zijn.
God is niet de aanstichter van het kwaad, maar God heeft een omgeving geschapen waarin het kwaad, in ieder geval onder intelligente rassen die zich bewust zijn van hun eigen sterfelijkheid, waarschijnlijk en onvermijdelijk zal zijn. Maar God heeft een tegengif voor het kwaad gegeven, een krachtig tegengif, geplaatst in jou in de kracht en de aanwezigheid van Kennis, een dieper bewustzijn in jou. Niet het bewustzijn waarmee je denkt. Niet het bewustzijn dat oordeelt en speculeert, vergelijkt en veroordeelt, maar een dieper bewustzijn—een bewustzijn zoals het Bewustzijn van God; een bewustzijn dat niet denkt zoals jouw persoonlijke bewustzijn denkt; een bewustzijn dat ziet, wacht, weet en handelt met kracht en toewijding.
Dit is het tegengif, zie je. Het is het tegengif tegen het kwaad in jezelf, en tegen de verleidingen van het kwaad in jezelf en overal om je heen, die zo wijdverbreid en krachtig zijn in de wereld. Het is uiteindelijk een tegengif tegen het kwaad in het hele universum. Maar het moet sterk worden in individuen.
De kracht van Kennis in jezelf is onvergankelijk. Ze laat zich niet beïnvloeden of verleiden door de verleidingen en prikkels in de menselijke wereld en zelfs niet in de Grotere Gemeenschap, waar het kwaad en conflicten al zo lang bestaan.
Je kunt het kwaad niet in je eentje bestrijden. Als je dat zou proberen, zou het je verleiden. Je zou er steeds meer op gaan lijken. Het zou je veranderen van een vredelievende pleitbezorger in een strijder. Je zult merken dat je de wapens opneemt tegen anderen die volgens jou door het kwaad worden beheerst.
Je zult net als zij worden, want het kwaad houdt van aandacht. Het gedijt bij menselijke betrokkenheid. Het wordt gevoed door degenen die het volgen en door degenen die ertegen zijn. Want zonder menselijke trouw en menselijke aandacht kan het kwaad zich nergens aan hechten. Degenen die zich eraan hebben toegewijd, hebben trouw en betrokkenheid van anderen nodig.
Er zijn maar heel weinig mensen in de wereld die echt slecht zijn, die zich aan deze kracht, deze macht hebben verbonden. Maar hun invloed op de samenleving als geheel is enorm. Hun vernietigende impact is enorm. De gevolgen van hun daden voor anderen zijn, gezien hun aantal, enorm. De kracht van hun overredingskracht om naties in oorlog met andere naties te betrekken is namelijk zeer groot, zie je.
Je kunt dit als individu niet bestrijden zonder het risico te lopen te bezwijken voor de verleidingen en prikkels ervan. Als je dit probeert, plaats je jezelf in een positie waarin je tegenover anderen komt te staan. Het zet je vanaf het begin fundamenteel tegenover anderen. Nu moet je tegen anderen vechten om te doen en te creëren wat jij denkt dat juist is.
Hoewel het prima is om je voor een goed doel tegen anderen te verzetten, verandert het in deze situatie je intenties. Het verandert je drijfveren omdat je wordt beheerst door angst—de angst om te falen, de angst om niet te bereiken wat je wilt bereiken, de angst dat als je niet succesvol bent, de tegenstanders de overhand zullen krijgen. Angst leidt tot woede. Woede leidt tot haat. Haat leidt tot geweld. En geweld leidt tot nog meer geweld.
Dit is een valstrik, zie je. Het is een fundamenteel dilemma. Het zet goede mensen tegenover elkaar, verandert hun ware intenties om vrede en samenwerking tot stand te brengen en leidt tot totaal andere resultaten.
Er leeft een grotere Wijsheid in je die niet wordt beïnvloed door krachten van dissonantie in de wereld, door de overredingskracht van anderen of door de verleidingen van cultuur of zelfs religie. Ze is vrij. Ze is puur. Ze is helder. Ze is alleen verantwoording verschuldigd aan God, omdat ze een verlengstuk van God is.
Hoever je ook gaat in je pogingen om je afzondering te vestigen, om succesvol te zijn in Afscheiding en om Afscheiding te laten slagen, je blijft verbonden met God via Kennis, dit diepere bewustzijn in jezelf. Je kunt er niet aan ontsnappen. Je kunt je er niet van losmaken. Je kunt haar ontkennen. Je kunt haar licht met vele sluiers bedekken en in duisternis leven, maar je kunt haar niet uitbannen. Zij vertegenwoordigt je doel om in de wereld te zijn, je verbinding met God en je verlossing.
De vraag is: hoelang duurt het voordat je ernaar gaat verlangen en je realiseert dat je zonder haar niet succesvol kunt zijn, jezelf niet kunt vervullen en geen echte bijdrage kunt leveren aan de wereld, wat toch je werkelijke bedoeling is van je aanwezigheid hier? Zonder haar kun je niet voorzien in de behoefte van je ziel. Zonder haar kun je geen vrede en integriteit in jezelf hebben. Zonder haar kun je geen succesvolle relatie hebben met jezelf, met andere mensen of zelfs met de hele wereld.
Misschien geloof je nog steeds in de macht van het leger, de macht van wapens, de macht van geweld, de macht van de overheid, de macht van persoonlijke overtuigingskracht, de macht van persoonlijke dominantie, de macht van rijkdom, de macht van schoonheid of de macht van slimheid en charme, maar alleen Kennis in jezelf heeft de ware kracht om te herenigen, opnieuw te verbinden, te zegenen en te inspireren.
De wereld heeft haar eigen goden gecreëerd, haar eigen definities, haar eigen uitingen van macht en overheersing, overreding en verovering, enzovoort. Maar Kennis in jou en in anderen laat zich hierdoor niet misleiden.
Je kunt Kennis niet dwingen je te geven wat je wilt, want zij is machtiger dan jij, dan je persoonlijke geest—een geest vol verlangen en conflict, angst en bezorgdheid, een geest die zich identificeert met alles wat onzeker is, een geest die onderworpen is aan de macht van het kwaad, een geest die gemakkelijk beïnvloedbaar is en beïnvloed is geweest.
Maar dieper in jezelf bevindt zich Kennis. Je bezit wat onveranderlijk is, zie je. Het is het terugkeren naar wat onveranderlijk is in jou dat jouw verlossing is, dat jouw kracht is, dat jou begint te bevrijden uit de greep van verslaving en de greep van overreding.
Je kunt je voordoen als wie je maar wilt. Je kunt jezelf elke naam geven. Je kunt jezelf in elke rol vestigen. Je kunt de rol van de goede persoon of de slechte persoon spelen. Maar in jou bevindt zich Kennis, wachtend om ontdekt te worden.