Vraag jezelf vandaag af wat je werkelijk weet en maak onderscheid tussen wat je weet en wat je denkt of hoopt of wilt voor jezelf of jouw wereld, waar je bang voor bent, waar je in gelooft, wat je koestert en waardeert. Onderscheid deze vraag zo goed mogelijk vanuit al deze oriëntaties en stel jezelf de vraag: “Wat weet ik werkelijk?” Je moet voortdurend nagaan welke antwoorden je geeft op deze vraag om te zien of ze jouw overtuigingen of veronderstellingen weergeven of de overtuigingen of veronderstellingen van anderen of misschien zelfs van de mensheid in het algemeen.

Stel deze vraag vandaag driemaal, en denk elke keer 10 minuten lang heel serieus na over je antwoord en over de betekenis van deze vraag: “Wat weet ik werkelijk?”

Oefening 3: Drie oefenperiodes van 10 minuten.