Je spirituele familie is groter dan je beseft. Ze bestaan in vele werelden. Haar invloed is overal. Daarom is het zo zinloos om jezelf als alleenstaand te beschouwen, terwijl je deel uitmaakt van zoiets groots dat het grootste van alle doelen dient. Je moet het veroordelen van jezelf en je gevoel van kleinheid achter je laten om dit te weten, want je hebt je geïdentificeerd met je gedrag in de wereld, dat klein is. Maar nu begin je je relatie met het leven zelf te realiseren door middel van Kennis, die groot is. Dit gebeurt zonder de persoonlijke geest of het fysieke lichaam te straffen, want ze worden nuttig en bruikbaar als ze leren een groter doel te dienen. Dan is het lichaam gezond en wordt de persoonlijke geest gebruikt, waardoor ze betekenis krijgen die ze nu missen.
Je lichamelijke behoefte is gezondheid, maar je gezondheid moet een groter doel dienen. Je persoonlijke geest moet op de juiste manier gebruikt worden, zodat hij zin en waarde krijgt, want hij wil alleen deel uitmaken van dat wat zinvol is. Wat je persoonlijke geest en je fysieke lichaam in staat stelt hun rechtmatige plaats in je leven te vinden is Kennis, die je doel, betekenis en richting geeft.
Dit geldt in alle werelden. Dit geldt voor het hele fysieke universum waarvan jij een inwoner bent. Verruim je kijk op jezelf, zodat je objectief leert te zijn over je wereld. Projecteer niet alleen menselijke waarden, veronderstellingen en doelen op je wereld, want dit verblind je voor het doel en de evolutie van de wereld en maakt het veel moeilijker voor je om te waarderen dat je een burger bent van een groter leven.
Betrek vandaag tijdens je twee langere oefeningen je geest bij het actief onderzoeken van dit idee. Besteed het eerste kwartier van je beide langere oefenperiodes aan dit onderzoek. Probeer de betekenis van het idee van vandaag serieus te onderzoeken. Wanneer je onderzoek voltooid is, laat je je geest weer terugkeren naar de stilte. Besef het contrast tussen actieve mentale betrokkenheid en mentale stilte. Begrijp dat beide belangrijk zijn en elkaar aanvullen. Herhaal op het uur het idee en denk erover na terwijl je de wereld om je heen bekijkt.
Oefening 189: Twee oefenperiodes van 30 minuten. Ieder uur oefenen.