Je bent vandaag vrij om te geven, omdat je leven eenvoudig wordt en je in je behoeften wordt voorzien. Dit maakt je vrij om te geven, want als je eenmaal ontvangen hebt, zal je alleen nog maar willen geven.
Vandaag zul je tweemaal een speciale oefening doen, waarbij je denkt aan iemand in nood en diegene een kwaliteit geeft die je zelf wenst te ontvangen. Stuur die persoon die kwaliteit. Stuur hen liefde of kracht of geloof of aanmoediging of vastberadenheid of overgave of aanvaarding of zelfdiscipline – wat zij ook nodig hebben om een oplossing in hun leven te bewerkstelligen. Je bent vrij om dit vandaag te geven, want aan je eigen behoeften wordt voldaan.
Breng daarom in elk van je twee oefeningen, met gesloten ogen, individuen in gedachten en geef hen wat je weet dat ze nodig hebben. Probeer niet hun problemen voor hen op te lossen. Probeer niet een gewenste uitkomst te versterken, want je kunt gewoonlijk voor geen enkele andere persoon de juiste uitkomst kennen. Maar je kunt altijd karaktersterkte geven en hun geestesvermogen versterken. Dit zal jou je eigen gevoel van betekenis bieden en deze kwaliteiten in jezelf bevestigen, want je moet ze bezitten om ze te kunnen geven, en door ze te geven besef je dat ze al in je bezit zijn.
Twijfel er vandaag tijdens je oefening niet aan dat wat je voor anderen doet ten goede zal worden ontvangen.
Oefening 121: Twee oefenperiodes van 30 minuten.