Jouw Kennis is voortgekomen uit het universele leven. Zij overschaduwt je menselijkheid, maar geeft je menselijkheid ware betekenis. Het grotere Leven wil zich uitdrukken in jouw wereld, in jouw tijdperk en in de omstandigheden die nu feitelijk bestaan. Zo drukt het grote zich uit via het kleine, en ervaart het kleine zichzelf als het grote. Dit is de weg van al het leven. Je menselijkheid is zonder betekenis, tenzij zij een groter verband dient en deel uitmaakt van een Grotere Realiteit. Zonder dit is het eerder een vorm van gebondenheid - een beperking, een opsluiting en een opgelegde last voor jouw aard dan een bevestiging van jouw aard.

Je Kennis is groter dan je menselijkheid. Zo kan je menselijkheid betekenis krijgen, want ze heeft iets om te dienen. Zonder dienstbaarheid is je menselijkheid slechts een beperking, datgene wat je beperkt en gevangenhoudt. Maar je menselijkheid is bedoeld om een Grotere Realiteit te dienen, die je vandaag in je draagt. Deze werkelijkheid bevindt zich in jou, maar je bezit haar niet. Je kunt haar niet gebruiken voor je eigen persoonlijke vervulling. Je kunt haar alleen ontvangen en haar toestaan zich uit te drukken. Zij zal zich uiten via je menselijkheid, en zij zal je een grotere ervaring van jezelf geven.

Sta jezelf vandaag in je langere oefenperioden toe opnieuw de stilte binnen te gaan, en herhaal dit idee op het uur, zodat je de ware betekenis ervan kunt overdenken. Accepteer geen loutere veronderstellingen of voorbarige conclusies, want het idee van vandaag vereist jouw diepe betrokkenheid. Het leven heeft diepte. Je moet het doorgronden. Je moet het binnentreden. Je moet het ontvangen en het van binnenuit onderzoeken. Dan zul je weer betrokken raken bij je natuurlijke relatie met het leven.

Oefening 191: Twee oefenperiodes van 30 minuten. Ieder uur oefenen.