Jouw geven is een bevestiging van je rijkdom, want je geeft van je eigen rijkdom. Het is niet het geven van voorwerpen waarover Wij hier spreken, want je kunt al je bezittingen weggeven en dan niets overhouden. Maar wanneer je Kennis geeft, neemt Kennis toe. En wanneer je een voorwerp doordrenkt met Kennis geeft, neemt Kennis toe. Daarom zul je, wanneer je Kennis ontvangt, haar willen geven, want dit is de natuurlijke uitdrukking van je eigen ontvankelijkheid.
Hoe kun je Kennis uitputten als Kennis de Kracht en de Wil van het universum is? Hoe klein is je voertuig, hoe groot de essentie die zich door jou uitdrukt. Hoe groot is jouw relatie met het leven, en hoe groot ben jij dan, die met het leven is? Er is hier geen zelfingenomenheid. Er is hier geen zelfoverschatting, want je beseft dat je klein en groot tegelijk bent, en je erkent de bron van je beperktheid en de bron van je grootheid. Je erkent de waarde van je beperktheid en de waarde van je grootheid. Je erkent dan al het leven en niets blijft buiten je grote evaluatie van jezelf, die voortkomt uit liefde en waar begrip. Dit is dan het begrip dat je mettertijd moet cultiveren, waarbij je je opnieuw realiseert dat je inspanningen in deze worden verfraaid door de inspanningen van anderen die ook studenten van Kennis zijn in jouw wereld. Zelfs studenten in andere werelden verfraaien je inspanningen, want in Kennis is er geen tijd en afstand. Aldus heb je nu grote steun tot je beschikking, en daarin word je je bewust van je ware relatie met het leven.
Oefen op het uur en laat in je diepere meditaties het woord RAHN je meevoeren naar Kennis. Zwijgend en in stilte, terwijl je wegzinkt in de diepten van Kennis, ontvang je de vrede en de bevestiging die je geboorterecht zijn.
Oefening 171: Twee oefenperiodes van 30 minuten. Ieder uur oefenen.