---
# --- identity
title: "De Eisen die gesteld worden aan de Boodschapper"
work: "The New Message from God"
locale: "nl"
# --- place in the work
volume: 1
volume_title: "Bundel 1"
book: "De nieuwe Boodschapper"
chapter: 5
# --- provenance
received_by: "Marshall Vian Summers"
received: "2013-03-12"
received_location: "Boulder, Colorado"
# --- addresses: cite `url`, fetch `markdown_url`
url: "https://newmessage.org/nl/the-message/volume-1/new-messenger/the-requirements-of-the-messenger/"
markdown_url: "https://newmessage.org/nl/the-message/volume-1/new-messenger/the-requirements-of-the-messenger.md"
# `{locale}` is a prefixed language code; English is at markdown_url_en
markdown_url_pattern: "https://newmessage.org/{locale}/the-message/volume-1/new-messenger/the-requirements-of-the-messenger.md"
markdown_url_en: "https://newmessage.org/the-message/volume-1/new-messenger/the-requirements-of-the-messenger.md"
translations: ["en", "fr", "es", "it", "da", "el", "bg", "sc", "tc", "id", "ko", "pt-br", "ro", "tr", "vi", "sl", "ru", "hr", "de", "ar", "he", "hu", "af"]
# --- terms
usage: "Read and quote freely. Name the source and link to the canonical URL."
---

# De Eisen die gesteld worden aan de Boodschapper

> Chapter 5 of *De nieuwe Boodschapper*, Volume 1 of **The New Message from God**.
> As received by Marshall Vian Summers on March 12, 2013 in Boulder, Colorado.
> Source: https://newmessage.org/nl/the-message/volume-1/new-messenger/the-requirements-of-the-messenger/
> Read and quote freely. Name the source and link to the canonical URL.

Het lijdt geen twijfel dat iemand die geroepen en voorbereid is om een Nieuwe Boodschap van God in de wereld te brengen, een lange en zeer veeleisende voorbereiding moet doorlopen. Het is een voorbereiding die een individu niet op eigen initiatief zou kunnen beginnen.

Het moet een roeping zijn vanuit de Hemel zelf. Het moet door de Hemel zelf worden geleid. Het moet de uitverkorene gedurende een bepaalde periode vanuit zijn vroegere leven en geestestoestand naar een nieuw leven en een veel hogere geestestoestand leiden.

Het is een voorbereiding met vele uitdagingen en veel beproevingen. Het is geen reis die iemand voor zichzelf zou kunnen bedenken, ter eigen verrijking of om zichzelf te profileren, hoewel velen het hebben geprobeerd en anderen dat in de toekomst zeker ook zullen proberen.

Gods Boodschapper is geen gewoon persoon. Gods Boodschapper is niet simpelweg iemand die uit de menigte werd geroepen en een belangrijke taak in het leven kreeg, of [gevraagd] werd om een belangrijke boodschap over te brengen, zoals een postbode. Het is iemand die uit de Aanwezigheid der Engelen zelf moet komen, en in de wereld moet worden ingewijd, en de tijd moet krijgen om zich te ontwikkelen als mens die geconfronteerd wordt met de geneugten en de gevaren en de teleurstellingen van het leven in Afscheiding.

Het moet iemand uit de Raad van Engelen zijn die een dergelijke taak kan vervullen. Denk dus nooit dat Gods Boodschapper zomaar een onnozel persoon is die werd uitgekozen en belast met een grote en belangrijke missie. Nee, zeker niet. Deze persoon zou over unieke kwaliteiten en een diepere verbondenheid moeten beschikken om zo’n cruciale en belangrijke rol in het leven op zich te kunnen nemen.

Want hier is falen ongelooflijk schadelijk, niet alleen voor degene die gekozen is, maar voor de hele mensheid. Want als de Boodschap niet correct ontvangen, geïnterpreteerd en gecommuniceerd kan worden, dan zal ze vervormd zijn. Ze zou onvolledig zijn.

Want, zie je, de Boodschap vereist de Boodschapper, en de Boodschapper moet de kwaliteiten bezitten die nodig zijn om zo’n grote en veeleisende taak uit te voeren. Als de persoon die kwaliteiten niet heeft, dan kan hij of zij de Aanwezigheid niet uitstralen. Hij of zij kan de last niet dragen. Hij of zij zal nooit onbaatzuchtig genoeg zijn om onderweg zijn of haar eigen behoeften en genoegens op te offeren. Het is onvermijdelijk dat, als hij of zij niet voor zo’n taak was gekozen, hij of zij niet in staat zou zijn om zo’n missie te volbrengen.

Het is zeker zo dat degenen die de Boodschapper volgen, nu en in de toekomst, geneigd kunnen zijn Gods Nieuwe Openbaring voor de mensheid verkeerd te interpreteren en verkeerd toe te passen. En helaas zal dat gebeuren omdat mensen nog niet over de helderheid, integriteit en het inzicht beschikken om een dergelijke Boodschap na de tijd van de Boodschapper voort te dragen.

Daarom worden bepaalde mensen uitgekozen en geselecteerd om dit te doen in het allereerste centrum van het leven van de Boodschapper. Ook zij moeten zich voorbereiden en aan vereisten voldoen. Ook zij moeten een onverklaarbare reis volgen die niet door henzelf is bedacht. Ook zij moeten grote onzekerheid en tegenstand in de wereld onder ogen zien. Ook zij moeten de visie en het Vuur van Kennis vasthouden ondanks de chaos die zij om zich heen zien en de tragische aard van het menselijke streven naar geluk en vervulling.

De vereisten van de Boodschapper zijn zeer uniek. En Wij geven ze je nu, zodat je deze persoon kunt begrijpen, zodat je kunt herkennen wat er vereist is en kunt inzien dat slechts één persoon de verantwoordelijkheid krijgt om Gods Nieuwe Openbaring te ontvangen en de verkondiging ervan te initiëren. Zodra je de vereisten begrijpt, zul je dit misschien zelf kunnen aanvaarden.

Ten eerste moet de Boodschapper, nog voordat hij weet dat hij de Boodschapper is of hier enig idee van heeft, ervan worden weerhouden zijn leven weg te geven aan mensen, plaatsen en dingen. Hij zal fundamenteel moeten worden opgeleid, maar hij kan zich niet binden aan een gezin en een carrière totdat het moment van zijn inwijding aanbreekt, wat later in zijn leven zal zijn, na zijn vroege jeugd. Daarom moet hij in bedwang worden gehouden, en moet hij zichzelf in bedwang houden. Hij moet het gevoel in zichzelf om zich in bedwang te houden, respecteren.

Hij mag politiek niet actief worden. Hij mag zich niet serieus maatschappelijk inzetten. Hij mag geen radicale opvattingen hebben. Hij moet in zeer goede gezondheid verkeren. Hij moet opgroeien in een gezond gezin, maar in staat zijn om zich los te maken van dat gezin en de verplichtingen en verwachtingen die daarbij horen. Hij mag geen religieuze opvoeding hebben genoten, noch een uitgesproken religieuze inslag hebben, zodat zijn ideeën niet al vroeg in zijn leven vastliggen en vastgeroest raken. Hij moet respect hebben voor religie, maar er in geen enkele vorm nauw aan verbonden raken.

Hij zal bereid moeten zijn om heel lang te wachten tot zijn ware partner en levensgezel zich aandient. En hij moet dit voldoende in zichzelf voelen en weten, zodat hij geen romantiek of verbintenis in een relatie nastreeft voordat het voor hem gepast is om dat te doen.

Hij mag geen fervent spiritueel beoefenaar worden, want dit zal vooropgezette ideeën in gang zetten die later alleen maar ongedaan gemaakt zouden moeten worden. Het is dus beter dat hij zich in bedwang houdt en zich zelfs hiervan onthoudt.

Zijn jeugd zal gewoon zijn, maar in sommige opzichten uitzonderlijk. Hij zal zichzelf of zijn drijfveren niet begrijpen, want dat kan in dit vroege stadium niet begrepen worden. Hij zal moeten vertrouwen op een gevoel dat slechts af en toe aanwezig zal zijn.

Hij zal dingen moeten willen, maar ze niet hebben, zonder te weten waarom. Terwijl iedereen om hem heen zich overgeeft aan mensen, plaatsen en dingen, kan hij dit niet doen.

Hij moet leren over relaties, menselijke passie en de dwaasheden van de romantiek. Hij moet zien hoe mensen allerlei fouten en vergissingen begaan, zonder veroordeling.

Hij moet wachten. Dat is hier zo ontzettend belangrijk om te begrijpen. Want wie kan wachten? Kun jij wachten, echt wachten, op de tijd, op het moment?

Wanneer de Stralen van Inwijding zo krachtig op hem zouden schijnen, zouden ze zijn vroegere leven uitwissen en zijn banden verbreken, net genoeg om hem de vrijheid te geven een grotere reis te beginnen—een reis die niet door hemzelf was bedacht, een reis die niemand om hem heen zou kunnen begrijpen, behalve misschien de allerwijsten.

Hij zou moeten studeren en trainen voor deze Inwijding. Hij zou moeten beginnen met het onderwijzen van de onverklaarbare Leer in De Weg van Kennis en de fundamentele en primaire lessen ervan moeten leren.

Hij zou intelligent maar meegaand moeten zijn, bekwaam maar klaar voor iets groters zonder te weten wat het is, waarvoor het dient of waar het hem naartoe zou brengen.

Op het moment van zijn grote Inwijding zou hij in staat moeten zijn zijn innerlijke kalmte te bewaren en de aanwijzingen te volgen die ongetwijfeld zouden voortkomen uit zo’n monumentale ontmoeting, een ontmoeting die maar weinig mensen in de wereld ooit op dit intensiteitsniveau hebben meegemaakt.

Alleen Jezus, Boeddha en Mohammed zijn op deze manier geraakt. Want ook zij zijn afkomstig uit de Raad der Engelen, net als de Boodschapper voor deze tijd en voor deze wereld.

Mensen kunnen elke titel claimen die ze willen. Ze kunnen alles aannemen. Ze kunnen alles geloven. Ze kunnen zich alles voorstellen. Maar alleen de Hemel weet wie een voorbereiding van deze aard zal ontvangen, en met welk doel, en met welk uiteindelijk einddoel.

De Boodschapper zou dan zijn vroegere leven moeten loslaten, zijn relaties achter zich moeten laten en aan een periode van omzwervingen moeten beginnen. Negen maanden lang zwierf hij rond, zonder te weten wat hij deed, zonder te weten waar hij heen ging, met net genoeg geld om in deze periode in zijn levensonderhoud te voorzien.

Hij zou moeten gaan waar hij heen moest gaan. Hij zou zich niet serieus in een relatie moeten storten. Hij [zou niet] moeten vluchten, en proberen ergens veilig, geborgen, geliefd of beschermd te zijn. Met een grotere bestemming kan hij zich niet aan deze dingen overgeven.

Aan het einde van de negen maanden kwamen Wij hem weer tegen en vertelden hem dat hij zich moest voorbereiden om op te nemen, wat hij deed. En zo begon, al heel vroeg, de overdracht van Gods Nieuwe Openbaring. Toch zou het nog lang duren voordat hij zou weten waarvoor het diende, waarom het überhaupt plaatsvond, want in het begin was er geen zekerheid.

Hij kreeg zijn rol niet meteen in het begin, want hij zou zich nu keer op keer moeten bewijzen. Zeven jaar lang zou hij zich moeten bewijzen en zich moeten voorbereiden op het ontvangen van de Aanwezigheid der Engelen, wat hij in het begin slechts kortstondig kon.

Hij zou moeten opnemen. Hij zou aan bepaalde mensen Onze getuigenis moeten afleggen.

Hij zou met zijn gezin herhaaldelijk moeten verhuizen naar bepaalde plaatsen die voor hem belangrijk waren om ervaringen op te doen, om meer te weten te komen over de Grotere Gemeenschap en over de meer verborgen krachten die vandaag de dag in de wereld aan het werk zijn, zowel ten gunste als ten nadele van de mensheid.

Zijn partner zou arriveren, en kort daarna zijn zoon. Hij zou vader en echtgenoot zijn en hier in alle opzichten verantwoordelijkheid moeten dragen, maar toch geleid worden door een mysterieus Licht, zonder dat er een bepaalde uitkomst of bestemming vaststond. Want deze dingen zouden pas veel, veel later aan hem worden geopenbaard.

Hij zou emotioneel sterk moeten zijn. Hij zou stabiel moeten zijn. Hij zou dag in dag uit betrouwbaar en standvastig moeten zijn en op deze manier zijn kracht opbouwen, evenals zijn diepere verbinding met degenen die hem hierheen gezonden hadden.

Hij zou complete leringen ontvangen. Hij zou beginnen de basis te leggen, steen voor steen, van de grootste Openbaring die ooit aan de mensheid is gegeven—beginnend met de persoonlijke sferen van mensen, beginnend met de leer over hoe men een Openbaring ontvangt en in de loop van de tijd leert hoe men ernaar leeft en deze met anderen deelt.

Na zeven jaar zou hij Stappen naar Kennis ontvangen, het voorbereidingsboek van Gods Nieuwe Openbaring. Hij zou in staat moeten zijn om de Raad gedurende lange perioden, dagenlang, te ontvangen, om deze belangrijke leer en voorbereiding voor de mensheid te kunnen ontvangen.

Om dit te kunnen doen zou hij moeten verhuizen en zijn vroegere thuis volledig achter zich laten, om nooit meer terug te keren, en zijn gezin meenemen, samen met anderen die hem bij deze grote onderneming zouden bijstaan.

Vanaf hier zou hij op zoek moeten gaan naar een toekomstig thuis voor de Openbaring. Hij zou keer op keer door het land moeten reizen om deze plek te vinden, want het kan hem niet zomaar worden verteld waar hij heen moet. Het moet worden ervaren zodra hij daar aankwam. Want hij zou de volledige verantwoordelijkheid voor zijn daden moeten nemen, ook al werd hij van bovenaf geleid.

Hij kon niet beweren dat de Engelen van God hem leidden, want dat mocht hij niet doen. Hij moest voor alles verantwoordelijk zijn, de verantwoordelijkheid nemen voor de gevolgen en verantwoording afleggen voor zijn daden. Want slechts bepaalde mensen zouden het echte geheim van zijn leven mogen kennen.

Hij zou het moeilijke proces moeten doorlopen om een thuis te vestigen op een geheel nieuwe plek—waar hij niemand kende, geen contacten had, geen familie en geen verleden—en daar te beginnen met het ontvangen van de grote boeken van de Openbaring, en mensen op te roepen om hem bij te staan.

Maar hij was nog niet klaar om een wereldleraar te zijn. Hij beschikte nog niet over deze krachten of dit inzicht. En hij zou vele jaren moeten wachten tot de Openbaring hem stap voor stap zou worden gegeven en zich zou ontwikkelen tot een wereldlering en uiteindelijk tot een Nieuwe Boodschap van God. Pas later zouden het ware doel en de betekenis van zijn lange reis aan hem worden onthuld.

Hij moest lange periodes van ziekte en arbeidsongeschiktheid doorstaan als gevolg van de grote belasting die het ondernemen van deze reis met zich meebracht.

Hij zou bepaalde mensen moeten oproepen om hem bij te staan. Hij zou zijn zoon moeten opvoeden, die een belangrijk persoon zou worden in de Openbaring en in de toekomst van de Openbaring in deze wereld.

Iedereen om hem heen zou zich aanzienlijk moeten ontwikkelen, en niet iedereen zou hiertoe in staat zijn. Bepaalde mensen zouden afvallen, terwijl anderen trouw bij hem zouden blijven. Hij zou in deze tijd grote moeilijkheden ondervinden bij het in stand houden van de beginnende organisatie die verantwoordelijk zou zijn voor het doorgeven en onderwijzen van Gods Nieuwe Openbaring voor de wereld.

Iedereen om hem heen moest zichzelf behoorlijk ontwikkelen, en niet iedereen zou in staat zijn dit te doen. Sommige mensen zouden wegvallen, anderen zouden trouw bij hem blijven. Hij zou in deze tijd grote problemen hebben met het in stand houden van de jonge organisatie die verantwoordelijk was voor het doorgeven en onderwijzen van Gods Nieuwe Openbaring aan de wereld.

Hij zou de eigenschappen moeten ontwikkelen van onderscheidingsvermogen, zelfbeheersing en discretie, stabiliteit, geloof, zelfvertrouwen en het vermogen om bij elke gelegenheid met kleine problemen om te gaan, evenals met de oprechte behoeften van anderen. Hij zou een steunpilaar moeten zijn. Zelfs in deze voor hem zo onzekere tijd zou hij een steunpilaar voor anderen moeten zijn.

En al die tijd groeit zijn verbinding met de Raad, langzaam, zorgvuldig, zodat hij niet wordt belemmerd in zijn vermogen om functioneel te zijn in de wereld, maar een brug kan zijn tussen deze wereld en de [spirituele] wereld daarbuiten—waardoor zijn verbinding met elk van deze werelden en met de Wezens die in elk van deze werelden bestaan, wordt versterkt.

Hier kon hij zich niet aan God overgeven en alle wereldse activiteiten opgeven, want hij zou de kiemen en het fundament leggen voor grote wereldse activiteiten en een grote deelname aan de wereld.

Hier zou hij geen asceet worden en zich uit het leven terugtrekken. Hij zou een echtgenoot en een vader en een leider van een organisatie zijn, terwijl hij tegelijkertijd het grote mysterie van zijn leven en doel zou cultiveren.

Hij zou verantwoordelijkheid moeten nemen voor alles wat hij deed en aan anderen niet onthullen waar zijn leiding vandaan kwam of wat de aard van het mysterie van zijn leven was. Alleen zijn vrouw en zoon en een paar anderen zouden hiervan op de hoogte zijn.

Hij zou zijn vaardigheden als leraar moeten ontwikkelen, niet alleen voor individuen maar ook voor groepen mensen, want het zou zijn lot zijn om in de toekomst tot de hele wereld te spreken.

Hij zou mededogend, wijs en bekwaam moeten zijn, zorgvuldig en onderscheidend, geduldig, o zo ontzettend geduldig, met zichzelf en anderen.

Hij zou innerlijk luisteren moeten ontwikkelen, zodat hij de kracht van Kennis kon horen en voelen terwijl hij in de behoeften van anderen voorzag.

Hij zou mensen moeten laten komen en gaan, want niet iedereen heeft de kracht om de voorbereiding op zich te nemen die door Gods Nieuwe Openbaring wordt geboden.

Hij zou vast moeten houden aan zijn doel en zijn richting in tijden van grote leegte, wanneer hij niets zou horen van de Raad der Engelen. Hij zou zijn eigen kracht moeten opbouwen op basis van Kennis in zichzelf. Want hij zou het sterke voertuig moeten worden voor iets dat zo groot en diepgaand is dat de wereld het nauwelijks kan begrijpen.

Ondanks herhaalde periodes van gezondheidsproblemen zou hij beginnen met de verkondiging en de leringen van de verkondiging in ontvangst nemen, zelfs de leringen over zichzelf, naarmate de Nieuwe Boodschap zich via hem begon te vervullen en te voltooien.

Hij zou nederig moeten zijn, in het besef dat dit zijn begrip te boven ging en groter was dan hijzelf. En toch zou hij erop moeten vertrouwen dat hij de volgende stap kon zetten en niet op zoek zou gaan naar een uitweg, zoals zoveel mensen doen.

Zijn kracht zou stil moeten zijn. Hij zou zichzelf niet bekendmaken. Pas toen de Openbaring voltooid was, zou hij beginnen de realiteit ervan te verkondigen en moeten toegeven dat hij werkelijk de Boodschapper was.

Hij zou zijn eigen terughoudendheid moeten overwinnen, want alleen degenen die terughoudend zijn, worden gekozen. Want de taak is te groot, te veeleisend, te onzeker en zelfs te gevaarlijk voor mensen om er met echt begrip een verstandige keuze over te maken.

Hij zou de nodige vaardigheden en verfijningen moeten ontwikkelen die de Hemel zou vereisen. En dit zou jaren en jaren en jaren duren, zoals het voor alle grote Boodschappers heeft geduurd. Want niemand, zelfs als ze uitverkoren zijn, is vanaf het begin klaar.

De Boodschapper heeft hier 30 jaar over gedaan, en zelfs nog langer als je zijn vroege voorbereiding meerekent. Niemand die ambitieus of vastberaden is, zou dit kunnen volbrengen, zou zo’n ondoorgrondelijke reis kunnen volgen en zo’n enorme verdraagzaamheid, geduld en standvastigheid kunnen aan de dag leggen. Zij zouden gemakkelijk bezwijken, want zij beschikken niet over de innerlijke kracht of de diepere verbondenheid met het leven om zo’n enorme taak op zich te nemen.

Hij zou bereid moeten zijn om de grote moeilijkheden het hoofd te bieden die gepaard gaan met het brengen van de voorbereiding naar een wereld van grote dissonantie, angst, woede en wantrouwen—waar mensen verstrikt zijn in hun overtuigingen en hun vermaningen, hun mislukkingen en hun streven naar rijkdom en macht.

Wie van hen kan God weer horen spreken, via deze persoon? Ze bestuderen misschien hun religies. Ze worden misschien zelfs religieuze leraren, geleerden of pleitbezorgers, maar wie kan horen wanneer God weer zal spreken? Wie heeft de nederigheid om zijn ideeën en overtuigingen te heroverwegen? Wie kan luisteren naar de impulsen van zijn hart en niet louter gefixeerd zijn op zijn overtuigingen en alles waarin hij heeft geïnvesteerd om zijn positie in de wereld op te bouwen?

Zij zouden de Boodschapper, die het antwoord op hun gebeden is, niet ontvangen. Zij zouden met hem in discussie gaan, hem veroordelen en hem afwijzen, want zij zijn nog niet klaar om hem te ontvangen.

De ontmoediging, de teleurstelling, de projecties van kwaad en de beschuldigingen aan het adres van de Boodschapper zullen zich op hem stapelen naarmate hij vordert. Zelfs nu staat hij op de drempel van een onwelkome wereld, op zoek naar die individuen die kunnen reageren, die bereid zijn om tot de eersten te behoren die de realiteit aanvaarden dat God opnieuw heeft gesproken.

Ze zullen uit elk land, elke natie, elke cultuur komen, één voor één, niet in grote groepen. Er zullen geen mensenmassa’s naar de Openbaring toestromen. Het zal beginnen met een roeping, een grote roeping die niet alleen in de uiterlijke wereld bestaat, maar ook in de innerlijke wereld. En zij zullen de moed, het vertrouwen en de wijsheid moeten hebben om hierop te reageren.

Als zij niet reageren en niet kunnen reageren en niet voldoen aan de eisen van hun eigen roeping, die veel minder moeilijk en veeleisend is dan die van de Boodschapper, dan zal de Nieuwe Boodschap wellicht geen houvast of voet aan de grond krijgen in de wereld en niet in staat zijn de wereld op dit moment te dienen zoals het bedoeld is.

Want de mensheid staat op het punt te falen—de wereld waarin zij leeft te vernietigen, in wanhoop te vervallen, in chaos te vervallen, in eindeloze oorlogen en conflicten te vervallen over wie toegang zal hebben tot de resterende grondstoffen van de wereld.

Dit is dus geen Openbaring voor een of andere verre behoefte, maar voor de onmiddellijke behoeften van mensen overal. Want leven zonder de kracht van Kennis is leven in grote angst en onzekerheid. Het is lijden.

De Boodschapper is hier om dat lijden te verlichten, om mensen kracht en vermogen te geven, en om hun de Wil van de Hemel te openbaren, evenals de ware aard van hun spiritualiteit en hun grotere roeping in de wereld, en wat de wereld werkelijk van hen nodig zal hebben, buiten wat zij zelf misschien willen geven voor hun eigen geluk.

Hij staat nu op het punt om mensen over de hele wereld aan te spreken, want dit is een Leer voor de hele wereld en niet slechts voor één stam, één natie, één regio of één groep. En de timing is van cruciaal belang, want de Boodschap wordt nu aan de wereld gegeven. Dit is niet iets om zomaar terloops te bestuderen, of om in de loop van de tijd over na te denken, of om erover te discussiëren en debatteren in de wandelgangen van de academische wereld, waar Kennis zo zeldzaam is.

Dit is een dringende Boodschap voor de mensheid. Het is nu tijd. De noodzaak is allesomvattend en groeit met de dag. De mensheid kan niet zien of weten wat zij moet doen. Niet genoeg mensen hebben de overtuiging in hun hart om te doen wat werkelijk noodzakelijk is. Zij moeten door de Openbaring worden bereikt. Zij kunnen christenen, boeddhisten en moslims blijven, maar zij moeten door de Openbaring worden bereikt—genoeg mensen in de wereld.

De Boodschapper staat dus onder enorme druk om dit te doen met zeer beperkte middelen en steun. Hij heeft altijd te maken met onzekerheid, zie je, en een grote uitdaging. Hij kan geen rustig leven leiden. Hij kan zich niet voor lange tijd in meditatie verliezen. Want hij is geroepen tot een grote dienst in de wereld, waarvan de behoeften diepgaand zijn en elke dag groeien. En hij is degene die Gods antwoord heeft.

Dit is waar zijn kracht, zijn geduld en zijn vastberadenheid echt nodig en vereist zijn, anders zou hij instorten en uit elkaar vallen. Hij zou zich overgeven aan een of andere wilde en ongepaste zoektocht, of verleid worden door anderen die hem en zijn Openbaring zouden willen gebruiken voor hun eigen belang en ideeën.

Niemand begrijpt het leven van de Boodschapper. Maar Wij geven jullie deze dingen zodat jullie enig begrip kunnen krijgen voor wie deze persoon is, wat hij heeft moeten doen en wat voor een lange reis hij heeft moeten afleggen. Jullie, die ongeduldig zijn voor alles, kunnen je niet voorstellen hoeveel geduld, verdraagzaamheid, kracht en verantwoordelijkheid hiervoor nodig waren.

God wil dat jullie het proces van de Openbaring begrijpen. God wil dat jullie het leven van de Boodschapper begrijpen, als jullie dat kunnen. God wil dat jullie dit met je hart voelen en het niet alleen met je ideeën begrijpen.

God wil dat jullie het belang van de Openbaring kennen en wat er nodig was om haar in de wereld te brengen, voor de Boodschapper en voor degenen die bij hem zijn gebleven en zo lang met hem hebben gereisd, tijdens de lange periodes waarin hij in de vergetelheid moest verblijven—voorbereidend, opbouwend, studerend.

Dit zijn de heiligen van de Openbaring, niet omdat ze zo stralend prachtig waren, maar vanwege wat ze konden doen, en de trouw die ze toonden, en de moed en toewijding die hun leven bezielden.

Zie dit in contrast met iedereen en alles om je heen, en je zult de kracht en de betekenis hiervan voor je leven gaan inzien. Want ook jij hebt een grotere bestemming en een groter doel en kunt leren van het leven van de Boodschapper. Maar je bent niet geroepen om te doen wat hij geroepen is te doen. Je bent niet in de wereld gezonden om te doen waarvoor hij in de wereld gezonden is, maar om hem en anderen bij te staan op eenvoudige en nederige manieren, maar met een grote geest, de grote kracht en het geduld die de Boodschapper tot nu toe heeft getoond.

De Hemel kijkt met grote waardering naar hem, maar ook met een groot verlangen. De Hemel beschouwt zijn vrouw en zijn zoon als de sleutel tot zijn succes. De Hemel kijkt met grote aandacht naar degenen die geroepen zijn tot de Openbaring, want zij zijn nu belangrijk, belangrijker dan zij zelf beseffen of zich realiseren.

Het is de Wil van de Hemel dat Gods Boodschap tijdig aan de wereld wordt gegeven, om genoeg mensen voor te bereiden op de grote verandering die de wereld te wachten staat en op de ontmoeting van de mensheid met het leven in het universum, een realiteit die vandaag de dag niemand in de wereld begrijpt.

Daarom heeft God als onderdeel van de Openbaring de realiteit en spiritualiteit van het leven in het universum geopenbaard. God heeft de Grote Golven van verandering geopenbaard die de wereld te wachten staan, zodat mensen gewaarschuwd en geïnformeerd worden en dit bredere perspectief krijgen, dat meer duidelijkheid, doel en betekenis zal brengen in hun leven en activiteiten.

God bereid je niet alleen voor op de Hemel. God bereid je voor om om te gaan met de echte wereld en de Nieuwe Wereld die eraan komt, die maar heel weinig mensen in de wereld nu al kunnen zien.

Ook jij moet de nederigheid bezitten om de Openbaring te ontvangen. Je moet de kracht en het doorzettingsvermogen hebben om de Stappen naar Kennis te zetten. Je moet de moed hebben om te leven met vragen die nog niet beantwoord kunnen worden. Ook jij moet de roeping naleven die veel verder reikt dan je intellect en je begrip. Ook jij moet de Vier Pijlers van je leven bouwen—de Pijler van Relaties, de Pijler van Werk en Voorziening, de Pijler van Gezondheid en de Pijler van Spirituele Ontwikkeling—alle dingen die de Boodschapper heeft moeten doen en al zo lang doet.

Je zult zijn leven vollediger begrijpen naarmate je zelf de reis maakt en ziet hoe groot de uitdaging werkelijk is, en hoe enorm lonend ze is, en hoe verwarrend ze kan zijn voor je begrip en voor je ideeën over jezelf. Want het doel ervan is je voorbij deze dingen te brengen naar een groter leven, een grotere dienstbaarheid en een groter doel in de wereld.

De Boodschapper is nu in de wereld. Hij is een oudere man. Het zou een grote eer en zegen voor je zijn om hem tijdens zijn leven te ontmoeten, van hem te leren, zijn voorbeeld in je hart te koesteren en zijn geschenk van Openbaring te ontvangen, dat je het leven zal geven dat je altijd in andere dingen hebt gezocht.

De Hemel zegent hem en zegent allen die van hem kunnen ontvangen. Hij is een nederige man. Maar in de Hemel is hij bekend, en hij staat bij die grote Boodschappers die de mensheid in het verleden hebben gezegend en geleid.
